![]() |
||||||||||||||||||||||||||
|
MUSEUMNIEUWS
|
|||||||||||||||||||||||||
![]() |
![]() |
![]() |
Start werken gasterie
Eind juli werd gestart met de restauratiewerken van de gasterie, het vissershuisje op de site. Tegen eind 2009 - begin 2010 zal het Abdijmuseum (eindelijk!) beschikken over een volwaardige museumcafetaria. Goed nieuws voor de bezoekers dus!
Tot dan zoeken we net als de vorige jaren een voorlopige oplossing. Tijdens de zomermaanden doet het Fulcozaaltje op de site dienst als cafetaria. Van 1 juli tot 26 augustus kan u er elke namiddag tussen 14 en 17.30 uur terecht voor een abdijbiertje, een frisdrank of een tasje koffie!
De imposante ruïne van de vroeggotische Duinenabdij uit de 13de eeuw is de oudste voor het publiek opengestelde archeologische site aan onze Vlaamse kust. De stichting van de abdij gaat evenwel terug tot de 12de eeuw. In 1128 begon men onder abt Fulco, een monnik van de Franse abdij van Fontmorigny, aan de bouw. De lokalisatie bleef een raadsel en bouwsporen waren dan ook niet gekend. Gemeentearcheoloog Alexander Lehouck heeft vandaag de abdij van Fulco gevonden. Sporen ervan kan je vanaf morgen op de archeologische site te Koksijde bezichtigen.
Alexander Lehouck: ‘De sleutel tot het raadsel had ik in de zomer van 2008 al. Naar aanleiding van de plannen voor het aanleggen van een golfterrein, moest de gemeente een landschapshistorische studie maken. Tijdens dat onderzoek heb ik een grote verdwenen getijdengeul terug gevonden. Die geul situeert zich ook op korte afstand ten oosten van de abdijruïne. Aan het einde van de middeleeuwen werd deze getijdenrivier onder meters duinzand bedolven, waardoor niemand meer van het bestaan af wist.’
‘In 15de-eeuwse verhalende bronnen, zoals het in Brussel bewaarde Chronodromon van Johannes Brando (1360-1428), wordt bij de lokalisatie van de oude abdij enkele keren gewag gemaakt van het oostelijke strand,’ vertelt Lehouck. ‘Ik ging er zonder twijfel van uit dat het hier bedoelde oostelijke strand de oever van de verdwenen getijdenrivier was, die ik heb teruggevonden bij mijn onderzoek met betrekking tot ‘Golf Ter Hille’ in Oostduinkerke. De combinatie van de diverse aanwijzingen leidde me naar de plaats waar de vroegere abdij van Fulco stond. Na enig speurwerk kwam ik tot het besluit dat de bouwsporen hiervan duidelijk zichtbaar zijn op de archeologische site.’
‘Het ligt zo voor de hand,’ beaamt conservator Dirk Vanclooster. ‘Al een halve eeuw lang heeft men dit niet ingezien. Het inzicht is gegroeid door het verhaal van de Duinenabdij in een bredere landschappelijke context te plaatsen.’
‘Parallellen met andere abdijen in Europa aangaande de inplantinglocatie zijn groot: het abdijplan verraadt vele omliggende elementen’ gaat archeoloog Alexander Lehouck verder. ‘Een abdij wordt vaak ontsloten via een belangrijke waterweg en put drinkwater uit een geschikte en zuivere zoetwaterbron, die men hier in de duinen vond. Arealen zoals de begraafplaats, die het risico bevatten voor grondwaterbesmetting, zijn hier uiteraard ver vanaf gelegen. De ligging van die begraafplaats was al langer bekend’.
Conservator Dirk Vanclooster is bijzonder opgetogen over de nieuwe inzichten. Het biedt een nieuwe kijk op het bouwhistorische onderzoek naar de vroegere cisterciënzerabdij OLV Ten Duinen te Koksijde. Vanuit het museum zou men dit nieuw gegeven maar al te graag verder willen onderzoeken door middel van een beperkte archeologische opgraving, want er blijven nog te veel vragen open.
De Duinenabdij is niet alleen de oudste Cisterciënzerabdij in de Lage Landen, maar behoort tevens tot de oudste in Europa. Hoewel de abdij pas in 1138 werd opgenomen in de Orde van Cîteaux (Cisterciënzerorde), bestond ze al tien jaar eerder. Door zijn unieke ligging in de duinen, kent de abdij geen gelijke.
Het wetenschappelijke discours zal uitvoerig worden beschreven in het internationale historische tijdschrift Cîteaux. In 2010 wordt het artikel ook in het Nederlands gepubliceerd in het jaarboek van het Abdijmuseum, Novi Monasterii vol. 9, en dit naar aanleiding van het internationale congres “natuursteen als bouwmateriaal in de middeleeuwen” dat in oktober 2009 wordt georganiseerd.|
|
![]() |
Op 20 maart 2009 huldigde het Koksijdse gemeentebestuur de vier monumentale monnikenbeelden in
die William Sweetlove in opdracht van de gemeente ontwierp voor het Abdijmuseum Ten Duinen 1138.
‘Je kan onmogelijk naast de vier monumentale monnikenbeelden kijken,’ vertelt een glimlachende conservator. ‘Met een hoogte van meer dan vier meter, vormen de knalrode beelden een opvallende verschijning vormen in het straatbeeld van Koksijde. Hiermee willen we de inwoners en de bezoekers van Koksijde en zijn onmiddellijke omgeving attent maken op het belang van de vroegere Duinenabdij voor de regio.’
![]() |
![]() |
Drie van de vier monumentale beelden staan in de onmiddellijke omgeving van de archeologische site opgesteld.
Het vierde beeld is te zien in het atrium van het Koksijdse gemeentehuis.
Na de indrukwekkende installatie I Dormienti van Mimmo Paladino tijdens de tweede editie van Beaufort (2006), groeide het idee om ook een project op de site uit te werken met de Cracking Art Group en William Sweetlove. Een project dat in 2010 wordt gerealiseerd en dat op zijn beurt ook wil bijdragen tot de sensibilisatie voor de opwarming van de aarde.
Zin in film en smaakmakers? Hou dan alvast maandag 27 april 2009 vrij in uw agenda! Om 18.30 u. wordt in het Casino van Koksijde in première de film "Mijn spook van Ten Duinen" voorgesteld, dit samen met een groot gastronomisch banket. De langspeelfilm, naar de gelijknamige jeugdroman van Guy Didelez en Patrick Bernauw, is een spannende avonturenfilm met paranormale verschijningen, spoken en verborgen schatten.
Het maken van "Het spook van Ten Duinen" kadert in een educatief project dat leerlingen op een actieve manier laat kennis maken met cultuur. Naast de hotelschool spelen ook de gerenommeerde Duinenabdij en Koksijde een belangrijke rol in de film. Om het project een grote slaagkans te geven en tot een kwalitatief hoogstaand resultaat te komen, werd de hulp ingeroepen van professionele instanties buiten de school, zoals de auteurs, de regisseur, de cameraman en de mensen van de abdijsite.
Hebt u dus ook zin om uw ogen de kost te geven en uw smaakpapillen te verwennen? Schrijf dan snel in want de plaatsen zijn beperkt! Inschrijven kan via het nummer van de Hotelschool 058/51.11.98. en kost € 58. Met dit bedrag verwent u niet enkel uzelf, maar steunt u het filmproject en de creatieve inbreng van de leerlingen.
Meer info: www.hotelschoolkoksijde.be

Het Abdijmuseum Ten Duinen 1138 heeft de voorbije jaren gemiddeld 45.000 bezoekers per jaar mogen ontvangen. Een mooi resultaat voor het vernieuwde en dynamische museum. De indeling bij het regionale niveau schept hoge verwachtingen. Conservator Dirk Vanclooster is tevreden en enthousiast met het goede nieuws uit Brussel.
‘De indeling van het Abdijmuseum Ten Duinen 1138 bij het regionale niveau, is voor het ganse museumteam een teken van waardering en erkenning voor het harde werk van de voorbije vijf jaar,’ zegt een opgetogen conservator Dirk Vanclooster. ‘Het museum heeft sinds de feestelijke heropening op 6 juni 2003 een lange weg afgelegd. Dat het museum vandaag bij dit hogere niveau wordt ingedeeld, is het resultaat van de goede samenwerking tussen het gemeentebestuur en het museumteam.
Het gemeentebestuur schonk de voorbije jaren het vertrouwen aan een jonge, dynamische ploeg en maakte de nodige middelen vrij voor de museale werking. Niet zo evident, want veel van dit werk wordt door het brede publiek niet opgemerkt en gebeurt voor een groot deel achter de schermen.’
Het museum kreeg vrij vroeg al de nodige erkenning voor de inzet. In 2004 kende minister van Grimbergen het kwaliteitslabel van ‘erkend museum’ toe aan het museum. Naast de beperkte werkingssubsidies van de voorbije jaren, gaf de erkenning het museum onder meer de kans om projectsubsidies aan te vragen. ‘Een belangrijke eerste stap voor het vernieuwde museum,’ zegt conservator Vanclooster. ‘Het kwaliteitslabel van ‘erkend museum’ wijst op een goede museale werking, waarbij de vier basisfuncties
(verzamelen, behoud en beheer, onderzoek en tentoonstelling) evenwichtig worden uitgeoefend. Een museum is meer dan een tentoonstellingskast!
Dat het museum zo ver staat, is te danken aan de inzet van het ganse museumteam, schoonmaaksters, technici, baliemedewerkers, administratieve medewerkers en stafmedewerkers, maar ook dankzij de steun van verschillende gemeentelijke diensten.’
De conservator is enthousiast met de indeling bij het regionale niveau : ‘deze indeling resulteert in hogere jaarlijkse werkingssubsidies voor de periode 2009-2014. Subsidies die het mogelijk maken de ambitieuze, haalbare beleidsnota te realiseren en de wetenschappelijke werking van het museum een echte boost te geven.’
Nieuw is dat door het erfgoeddecreet van 23 mei 2008, de ondersteuning van de regionale musea deel uitmaakt van het provinciale cultureel-erfgoedbeleid. De Vlaamse Regering wil dit beleid ondersteunen door het ter beschikking stellen van werkingssubsidies aan de provincies. De wijze waarop deze middelen ten behoeve van de regionale musea worden ingezet, wordt in overleg met de provincies binnen een cultureel-erfgoedconvenant vastgelegd.
|
|
|
|
