Walvisvaart is ons doorgaans vooral bekend vanaf de 17de en 18de eeuw, de periode waarin er op industriële schaal aan walvisjacht werd gedaan. Weinig bekend blijft de walvisjacht uit vroegere tijden. Geschreven bronnen zijn er nochtans al vanaf de Karolingische tijd, maar ze verstrekken ons maar beperkte informatie. Het is pas sinds het uitzonderlijke ‘natuurwetenschappelijke werk’ van Adriaen Coenen, in de late 16de eeuw, dat de zoogdieren wat meer in de kijker komen. Er werd dan ook lange tijd getwijfeld aan de technische vaardigheden van de middeleeuwse mens om - al dan niet op grote schaal - de walvis te bejagen.
De laatste vijf jaar wijst intensief onderzoek op archeologische contexten (van het Iberisch Schiereiland tot het noorden van Noorwegen) uit dat er al eeuwen vóór die moderne industriële walvisvaart op grote schaal jacht gemaakt werd op het dier. Dat gebeurde zelfs in die mate dat het al vroeg de uitroeiing van specifieke walvissoorten tot gevolg had. Bijzonder verrassend, want dat is veel eerder dan tot dusver aangenomen.
Onderzoek en vondsten uit Koksijde spelen geen onbelangrijke rol in het verhaal. In de lezing gaan we dieper in op de bronnen, de methoden en de resultaten van dit grootschalig én veelzijdig onderzoek.
Praktisch: